5 eenvoudige feiten over slotenmaker Schelle beschreven

Zou men de magistrale, heel wat besproken en op meerdere wijzen begrepen uitspraak ‘Kunst kan zijn geen regeringszaak’ in de bloeitijd der Republiek hebben gekend, ze zou nimmer zo bestaan uitgelegd, zodra thans door sommige staatkundigen pleegt te geschieden, die de financiële kwestie te heel wat op de voorgrond stellen.

Waar een brouwerij ‘de Roskam’ bezit gestaan? Daaromtrent geeft de Beschrijvijving der Stadt Delft door Reynier Boitet uit 1729 vol­doende zekerheid. Daarin toch komt een lijst voor aangaande brouwerijen en wij vinden bovendien een brouwerij ‘De Roscam, staande op het Achterom’. Voorts, in aan­merking nemende het die in 1640 alreeds uitgebroken was, maar dat een verschillende, vroeger ‘De Slange’ ge­naamd en gelegen op dit Oude Delft tegenover de Haverbrug of de gewezen Koornbeurs, hoofdhaar benaming ver­anderde en welke aangaande „Een Roskam’ aannam, meent hij dat we een regio, daar waar Jan Steen tijdens ons lange cyclus aangaande jaren woonde en werkte, niet ver meer behoeven te uitkijken.

Voor dit tweede woonhuis luidde een opgave: “Gillis aangaande Soutelande, deur aengeven van Aryaentgen, appelcoopster, sittende vanwege de deur over Soutelande, 3 haardsteden”

Ons tenor ofwel basgitaar had destijds nog niet mits tegenwoordig ons goudmijn in zijn keel, alang kon hij daar op burgerbrui­loften en dergelijk feestelijkheden wel een ons drinkpenning mee verdienen. En aangezien opera's en concerten in 1600 alsnog verre te uitkijken waren, was ons vocalist al best gelukkig ingeval deze via bestaan vrolijk en luidklinkend lied hier en daar tot vermeerdering der vreugde en ge­zelligheid een buitenkansje beschikken over kon boven een verdiensten over zijn hoofdbedrijf.

2 huizen nader had Hans Samvictore - waarschijnlijk ons Italiaan, wiens titel immers Sanvittore zal bestaan geweest - zijn woon- en werkplaats. In een tijd van aanhoudenden krijg bloeiden vanzelfsprekend al die bedrijven, die met een ‘wercken over Mars’ enigermate in betrekking stonden en hier ter stede wemelde dit over zwaardvegers, harnasmakers en overige „suppoosten aangaande Vulcaan’, waaronder verder Hans geteld mocht geraken. In zijne hoedanigheid aangaande „gevestvergulder'' gaat deze in de dagen van Prins Maurits bestaan meester immers beloond hebben, al was het maar omdat vele krijgsbevelhebbers en officieren het gevest met hun rapier lieten vergulden tot dit ontwerp met de omvangrijke veldoverste.

hun dienst daar waar te nemen, waarvoor zij ieder daags ontvingen 7 stuivers, welke wekelijks werden uitbetaald.

Een westzijde met het Vrouwjuttenland was betreffende lieden over allerhande bedrijf bevolkt, waaronder ons Lambrecht Cornelissen. Deze oefende het moeilijke vak uit aangaande ‘antycksnijder’, dat zich voornamelijk openbaarde in dit snijden aangaande beelden en figuren in hout, op bestaan ‘antijcks’, het wil zeggen tot het montuur of voorbeeld der Ouden, wier werk en kunst men poogde na te streven.

Tussen ettelijke daar wonende ambachtslui treffen wij molenaar Cornelis Cornelisz Groen, wiens benaming is vereeuwigd via den molen, welke er ter plaatse nog alsmaar bestaan wieken draait. 2 honderd twee en tachtig jaar geleden was deze op deze plaats alreeds ingeval Groen's molen vertrouwd.

die deze; wegens een kuur behoefde, moest hij zelf leveren en bekostigen, buiten met de plaats ofwel een ‘paciënten’ wat voor in rekening te mogen brengen. Vanwege dat allemaal zou mr. Jan, wegens een tijd van zes maanden geëngageerd, ons ‘gaige’ (bezoldiging) aangaande stadswege genieten aangaande 200 guldens weleens.

[In 1882 alsnog immers. De gehele Zuidwal is onderwijl in de jaren 1960 afgebroken ten behoeve aangaande dit verkeer. De toenmalige Kethelsteeg kan zijn daarmee de buitenste straat over de binnenstad geworden.]

‘Reynier, eertijds predicant’, had er ons huis, dat hij met 2 zusters verhuurde. (Bedoeld kan zijn Regnerus Donteclock, over 1577-1590 bedienaar met dit Goddelijk Woord in Delft, die in laatstgenoemd jaar naar Voorschoten vertrok. In overeenstemming met de legger van de verponding met 1620 was het huis toen alsnog almaar eigendom over de weduwe betreffende Reynier Donteclock, predicant) Naast hem woonde de dochter van wijlen Andries van der Goes en eindelijk, op een zuidwesthoek van een Nieuwstraat, de zesde kleermaker met het deel betreffende het Oude Delft.

Bovenstaand deel over de Antieke Delft behoorde tot het 15e kwartier ofwel ‘block’ van de stad, dat in zijn grenzen ons aanzienlijk deel der toenmalige Delftse aristocratie ofwel patri­cische families bevat hield. Aangaande de toen bloeiende geslachten bestaan website daar thans bijna geen enkel meer.

Verder er waren ettelijke brouwerijen te vinden. Op een enkele uitzondering na, werkten ze allen betreffende een paar ketels en een paar eesten, ook voor eigen gebruik zodra wegens de dorstige stadgenoot, de talrijke biertappers en allen in en buiten een Republiek welke dit daar gebrouwen ‘oud Delfsch’, ‘Moselaer’, ‘Israël’ of ‘Pharao’ op prijs stelden. In het register vind ik [betreffende een 3 Akerstraat naar dit noorden lopend]

In overeenstemming met het bericht bezit ze zeker de eerbiedwaardige leeftijd met verdere vervolgens vijf eeuwen voor een rug en is het oudste monument aangaande dien aard, het Delft nog mag aanwijzen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *